Opstroomnormen

Deze luiden als volgt:
a. Het gemiddelde van alle tot op één decimaal afgeronde eindcijfers bedraagt 7,5 of meer.
b. Opstromen moet programmatisch mogelijk zijn. (Als de verschillen in de programma’s van de betrokken klassen te groot zijn, zal de leerling middels het afleggen van toetsen moeten bewijzen dat deze verschillen voldoende zijn ingelopen).
c. De docentenvergadering gaat akkoord. 
 
Procedure:
Als de docentenvergadering beslist dat een leerling onder bovenstaande voorwaarden kan opstromen naar een hogere afdeling, licht de mentor de leerling en de ouders in omtrent het genomen besluit. De ouders en de leerling besluiten vervolgens of gebruik wordt gemaakt van de geboden mogelijkheid.
 
Brugklas
1. Bij het eerste rapport, zowel van BK1 naar TH1 als van TH1 naar HV1. Voldaan moet worden aan de ‘Opstroomnormen’, waarbij voorwaarde a wordt vervangen door: ‘Het gemiddelde van alle tot op één decimaal afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, biologie en Frans (niet van toepassing voor B/K1 naar TL1), bedraagt 8,0 of meer.’
2. Bij het eindrapport van zowel BK1 naar TL2 als van TH1 naar H2/V2, waarbij de bevorderingsnorm als criterium geldt.
 
Tweede klas
- Bij het eerste rapport van HAVO 2  naar VWO 2. Voldaan moet worden aan de ‘Opstroomnormen’, waarbij 
voorwaarde a wordt vervangen door: ‘Het gemiddelde van alle tot op één decimaal afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Frans, Duits, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde en biologie, bedraagt 7,5 of meer.’
- Bij het eerste rapport van BK2 naar TL2 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eerste rapport van TL2 naar HAVO 2 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eerste rapport van HAVO 2  naar VWO 2 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eindrapport van TL2 naar HAVO 3 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eindrapport van HAVO 2 naar VWO 3 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
 
Derde klas
- Bij het eerste rapport van HAVO 3 naar VWO 3. Voldaan moet worden aan de ‘Opstroomnormen’, waarbij  
voorwaarde a wordt vervangen door: ‘Het gemiddelde van alle tot op één decimaal afgeronde eindcijfers van de vakken Nederlands, Frans, Duits, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, economie, informatiekunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde, bedraagt 7,5 of meer.’ 
- Bij het eerste rapport van TL3 naar HAVO 3 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eindrapport van TL3 naar HAVO 4 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eerste rapport van HAVO 3 naar VWO 3 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
- Bij het eindrapport van HAVO 3 naar VWO 4 als wordt voldaan aan de ‘Opstroomnormen’
 
"Afstroomnormen"
Het Zwin College heeft een tweejarige brugperiode. Dit houdt in dat in het onderwijsprogramma rekening wordt gehouden met naar een andere leerroute overstappende leerlingen tot en met het begin van het derde leerjaar. Na dat moment levert een overstap programmatische problemen op: de leerling zal onderdelen van het onderwijsprogramma zelfstandig en in eigen tijd moeten inhalen. Een dergelijke overstap is daarom slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk. Ook is de keuze van sector of profiel hierdoor soms beperkt.


Het gaat hier om de volgende situaties:
Overstap tot en met het kerstrapport:
van Kader 3 naar Basis 3*;
van TL3 naar Kader 3*;
van Havo 3 naar TL3;*
Van Vwo 3 naar Havo 3.*
van Vwo 2 naar Havo 2*
van Havo 2 naar TL2*

Bevordering aan het eind van het schooljaar:
Van Vwo 3 naar Havo 4.

Bij deze vorm van afstroom gelden de volgende voorwaarden:
De docentenvergadering van de huidige klas stemt in met de overstap.
Met de afdelingsdirecteur van de ontvangende afdeling worden bindende afspraken gemaakt over het inhalen van programma-onderdelen en de omrekening van eventuele SE-cijfers.

 

*cijfers (m.u.v. SE-cijfers) vervallen bij afstroom voor de kerstvakantie

Leerlingen die in Havo 3 moeten doubleren en naar het MBO willen, kunnen in Havo 3 gewoon doubleren zonder de moeilijke en ingewikkelde weg via TL4 te volgen. Beide wegen geven toegang tot MBO (en ook Havo 4)  Indien de docentenvergadering denkt dat de leerling ook de tweede keer Havo 3 zal doubleren en beter de weg via TL4 kan volgen, wordt maatwerk geleverd. Er dient overleg plaats te vinden tussen afleverende en ontvangende docent om te bepalen waar de hiaten zitten en hoe een eventueel inhaalprogramma er uit moet zien. De sectieleider coördineert in deze.

Opmerking:
om te bepalen of een leerling bevorderd kan worden naar een lagere afdeling wordt de volgende formule voor omrekening gebruikt:
Cijfer R4 x 0,8 + 2 en vervolgens de lagere afdelingsnormen.